Ik ben inmiddels al even in Rwanda en de overgang van het verkouden weer in het betonnen Brussel naar het weelderig tropisme van volle zon en zwoel onweer van Kigali is verteerd. Na een lange maar rustige vlucht, een passage bij de douane en een ritje in de jeep, arriveren we op zaterdagavond in onze gastverblijven. Ik ben nogal gestresseerd – door de duisternis kan ik het niet zien, maar ik merk toch dat ik me op een heel andere plek dan normaal bevind. Mijn bed is zo’n twintig centimeter te kort, maar het heeft een muskietennet en de matras martelt mijn rug niet: meer heb ik niet nodig, ik val redelijk snel in slaap.
Het ontwaken op zondag is apart. Ik word wakker en herinner me dat ik in een vreemd bed in een vreemd land op een vreemd continent lig. Ik kleed me aan en verlaat mijn gastenverblijf, dat op zo’n honderd meter van het huis van onze gastheer Sigurd ligt. Jammer genoeg draag ik op dat moment mijn fotocamera niet bij me, maar mijn eerste indrukken van Kigali in het zonlicht zijn verpletterend. Terwijl ik van het tuinpad afdaal (men moet het ‘Land van Duizend Heuvels’ heel letterlijk nemen) en de straat oploop, ontvouwt zich een vergezicht dat me letterlijk de adem ontneemt: de ongelijke weg van rode aarde die een paar honderd meter licht omhoog kronkelt, met voluptueuze begroeiing van bloemen en planten in de berm. Door de regen van de nacht ervoor hangt er nog wat lichte mist maar ik kan goed zien hoe vijf kinderen wat verderop vrolijk aan de straatkant aan het spelen zijn. National Geographic doet hard zijn best, maar het spel van het zonlicht door het overweldigende groen met het baksteenrood van de grond en de laatste veegjes laaghangende mist is visueel zo verbluffend dat het amper te documenteren valt. Een mooier welkom in Afrika kan ik me niet wensen.
Dan heb ik het nog niet gehad over de gastvrijheid van Khadija en haar man Sigurd. Als de eerste de beste verwende, spierwitte muzungu’s laten wij ons het ontbijt en het middagmaal voorzetten. Later op de dag toeren we door de uitgestrekte stad en zien we de Belgische ambassade, de residentie van president Kagame, het nationaal voetbalstadion, de nieuwe universiteit, het monument voor de tien vermoorde Belgische para’s op het binnenplein van de voormalige kazerne (met kogelgaten in de muren om de betekenis van het marmeren monument onomwonden te benadrukken), het hotel Mille Collines, een golfterrein, veel kerken (katholieken, methodisten, episcopalen, pinkstergemeenschap, you name it), enkele moskeëen, motorfietstaxi’s en overal mensen die even nieuwsgierig zijn als wij. We sluiten af met een matchke sjotten in de Cercle Sportif de Kigali en een diner in restaurant Cactus, dat een fabelachtig uitzicht biedt op Kigali’s straatverlichting op de tegenoverliggende heuvelflanken.
1 opmerking:
Nondepie, dat is me daar nogal een safari geweest seg. Soit, het weze jullie gegund!
muchos besos de Géronimo aka 'de bronsitge bonobo'
Een reactie posten